Kunt u deze nieuwsbrief niet goed lezen? Bekijk dan de online versie. Nummer 30 / december 2014
Scheepsarcheologisch Nieuws
Nummer 30 / december 2014
Inhoud
Deel dit artikel: Facebook Twitter
Onlangs keerde in het Nationaal depot voor Scheepsarcheologie een scheepsfragment terug dat in 1977 in bruikleen was gegeven aan het Noordelijk Scheepvaartmuseum. Het ging om een deel van het boord (2x2 m), kim en vlak (2x1,5 m.) van de OK45. Dit sterk door brand aangetaste scheepsfragment staat symbool voor een belangrijke periode uit onze geschiedenis. We blikken terug.


OK45 en ZM8
In 1976 werd op kavel K45 in Oostelijk Flevoland tussen Dronten en Swifterbant een zwaar gehavend wrak opgegraven (l ca. 18,5 m, br ca. 4 m, d ca. 2,30 m van maaiveld tot binnenkant bodem). Het schip was compleet, op de achtersteven en het roer na. Die werden pas zes jaar later teruggevonden, 25 km verderop in Zuidelijk Flevoland op kavel M8, 10 km uit de kust van Harderwijk. Voor- en achterschip waren duidelijk afkomstig van hetzelfde schip. Hoe is te verklaren dat ze zo ver uit elkaar zonken?

De oorzaak van de schade
De wegering en de onderkant van het gangboord waren sterk door brand aangetast, terwijl de bovenkant van het dek en de resten van het opboeisel slechts oppervlakkige brandsporen vertoonden. Ook de buikdenning in het achterschip was nauwelijks aangetast. De brand leek in het voorschip te zijn ontstaan, en overgeslagen naar het midden- en achterschip.




In het wrak werden twee stookplaatsen aangetroffen, een in het vooronder en een achter de mast in het ruim. Uit het in het vooronder aangetroffen aardewerk en andere kombuisinventaris (grote koperen pan, schuimspaan, houten pollepel) en mondvoorraad (tonnenvlees) werd afgeleid dat dit de kombuis was. Het vooronder was ook opslagplaats van touwwerk van diverse afmetingen. Bij de tweede stookplaats werd geen kookgerei aangetroffen. Was de vlam soms in de pan geslagen in de kombuis? Maar waarom was het schip dan niet volledig uitgebrand en gezonken?

Zeesoldaten of landsoldaten
Een handelslading werd niet aangetroffen, of het moeten de wapen zijn geweest : tenminste drie kanonnen van verschillend kaliber, musketten, pistolen, kogels en steekwapens. Een musket met een kaliber van 14,5 mm bleek van Duits fabricaat. Ook werd een houwer gevonden, een zwaard met tweesnijdende kling, gemerkt ‘Intolito’ (waarschijnlijk een verbastering van En Toledo, ofwel ‘gemaakt in Toledo’). Het was niet meer dan een kwaliteitsaanduiding voor een kling die hoogstwaarschijnlijk in Duitsland was vervaardigd.



Het ijzeren kanonnetje bleek van Zweedse makelij, gezien de F (Finspong) op de linkertap. Het ging om een goteling, een 4-ponder. Het stuk geschut was waarschijnlijk uit het arsenaal van de Amsterdamse Admiraliteit afkomstig. Men vermoedde daarom niet met een koopvaardijschip maar met het wrak van een uitlegger of waddenkonvooier te maken te hebben, een tjalkachtig schip dat patrouileerde op de Zuiderzee en bij riviermonden. Uitleggers hadden behalve de bemanning meestal 15-25 bewapende soldaten aan boord.

De binnenbetimmering van het schip (kooien, kasten, afscheidingen) had ons kunnen informeren of het om een permanent verblijf van zeesoldaten aan boord of om een kort troepentransport van landsoldaten ging. Na de brand waren nog slechts restanten van twee langsscheepse schotjes voor de mastkoker te zien, de rest van de binnenbetimmering was verwoest. Er is slechts een zwakke aanwijzing voor een landsoldaat aan boord: een teruggevonden fragment van een kolfplaat van een musket bleek namelijk van ijzer. Scheepsgeweren waren meestal voorzien van messingbeslag.

Wat bij de wapens niet werd teruggevonden was een voorraad kruit. Mogelijk werd die bewaard in het achterschip. Het bereiken van de kruitvoorraad door het vuur zou niet alleen de hevige explosie verklaren die voor- en achterschip van elkaar scheidde, maar ook het snelle zinken van het voorschip zonder tot de waterlijn uit te branden.

Oorzaak van de brand
Aan boord werd gekookt, en er was verlichting. Zo zijn een steekkandelaar, een tuitlamp, meerdere cardanische olielampen en ook aansteekmiddelen (vuurslag) in het wrak teruggevonden. Was een kaars uit de kandelaar gevallen, liep een soldaat tegen de lamp waardoor brandende olie uitstroomde? We kunnen slechts speculeren.



Zoveel was duidelijk, voorzichtigheid was geboden in een houten schip. Voor het krijgsvolk te water gold de ‘articulbrief' (tussen 1629 en 1795 zesmaal vernieuwd, waaronder in 1672):
  • niemand mocht met een kaars rondlopen, tenzij op last van de kapitein;
  • niemand mocht binnenboord vuur maken of hooi aan boord mocht brengen;
  • niemand mocht binnenboord tabak roken of zich ’s avonds met vuur in het kabelruim begeven. Roken mocht alleen op aangewezen plaatsen;
  • niemand mocht binnenboord geschut hanteren en alleen konstabel of door hem aangewezen busschieters mochten in de kruitkamer komen.



Op overtreding van de regels stonden strenge straffen. Kan hiermee de hand zijn gelicht. Want hoe vonden opvarenden anders hun weg in het donkere ruim? Of veroorzaakte een onoplettende roker de brand? Er waren gezien het aantal teruggevonden kalkstenen pijpjes genoeg rokers aan boord.

Soldij
Feiten ontbreken om de fatale reis aan historische gebeurtenissen te koppelen, maar op grond van een in het wrak gevonden Utrechtse duit uit 1670 werd afgeleid dat het wrak kort erna moet zijn vergaan. Andere munten die op verschillende plaatsen in het wrak werden gevonden waren niet alleen uit Nederland en de omliggende gebieden afkomstig, maar ook uit Spanje, Tunis en Sicilië. Sommige daarvan werden teruggevonden in een geldbeurs van Spaanse makelij.

Geld van edelmetaal behoudt zijn waarde, uit welk land ook afkomstig. De munten wisselen telkens van eigenaar. Het is louter op basis van de stempels niet af te leiden uit welke landen de soldaten afkomstig waren. Het kan uit het land van herkomst meegenomen geld of soldij zijn geweest, of geld dat onderweg werd buitgemaakt. Wat we wel kunnen afleiden uit de aanwezigheid van zoveel munten: geld droeg men vaak op het lichaam. Uit het aantreffen van zoveel munten zou men kunnen veronderstellen dat de brand de soldaten verraste. Tijd om overboord te springen was er kennelijk niet of nauwelijks.

Redeloos, Radeloos, Reddeloos
Welke machthebbers kunnen de soldaten hebben gediend? In 1672 was de Hollandse oorlog uitgebroken (1672-1678) tussen de Republiek aan de ene en Frankrijk, Engeland, Munster en Keulen aan de andere kant. De Franse zonnekoning Lodewijk XIV wilde zijn invloed naar het noorden uitbreiden en rukte op.



Lodewijk XIV (1638-1715)

In de Republiek gaf dit voeding aan de oude tegenstelling tussen 'prinsgezinden' en ‘staatsgezinden’. De staatsgezinden vonden een politiek van vrede en welvaart onverenigbaar met een machtige positie van de prins van Oranje, de prinsgezinden daarentegen geloofden in een krachtig, persoonlijk leiderschap. Na de opmars van het 120.000 man sterke Franse leger naar het noorden, werd Willem III eerst opperbevelhebber voor een veldtocht benoemd, op 4 juli werd hij aangesteld als stadhouder kapitein- en admiraal-generaal van Holland, en op 8 juli als kapitein-generaal van de Unie. Naast de regimenten infanterie en cavalerie van het Staatse leger en burgermilities, werden ook Spaanse infanteristen en cavalerie-regimenten ingezet. De opmars van het Franse leger werd gestuit door de aangelegde Waterlinie, maar de chaos was compleet. Het volk leek dit jaar ‘redeloos’, de regering ‘radeloos’ en het land ‘reddeloos’. De binnenlandse politieke tegenstellingen culmineerden in Den Haag in de lynchpartij van de gebroeders de Witt. Het jaar 1672 ging de geschiedenisboeken in als het Rampjaar.



Stadhouder Willem III (1650 – 1702)

Terwijl Willem III vanaf 1673 militaire successen boekte die een keerpunt in de strijd vormden, sloot Engeland in 1674 vrede met de Republiek. Niet lang daarna sloten ook de Duitse keizer, Spanje, Lotharingen en meer vorsten zich aan bij het defensief verbond. Voor de soldaten aan boord van de OK45/ZM8 kwam de vrede te laat…

Onderzoek en reconstructie
Er is nog geen uitputtend onderzoek gedaan naar alle vondsten uit wrak OK45/ZM8 en om het naar het depot teruggekeerde gedemonteerde scheepsonderdeel weer te kunnen tentoonstellen zal het weer moeten worden gemonteerd. Duidelijk is dat aan de hand van dit zwartgeblakerde scheepshout van de OK45 en ZM8 een spannend verhaal verteld kan worden. Werk aan de winkel voor archeologen en historici!
Terug naar boven
beeld 1
Deel dit artikel: Facebook Twitter


De kano Uitgeest gaat de verhuiswagen in


Twee oktober 2014 was het dan zo ver:
De boomstamkano van Uitgeest en de boomstamkano van de Wieringermeer verhuisden vanuit het gebouw van RCE afdeling Scheepsarcheologie in Lelystad naar hun definitieve bestemming, namelijk het zogenaamde Huis van Hilde in Castricum.
Dit is het nieuwe archeologische centrum van de provincie Noord-Holland, waarin alle archeologische vondsten en collecties van deze provincie worden bewaard. In het gebouw is een vaste tentoonstelling ingericht, die de archeologische geschiedenis van Neanderthalers tot en met de Tweede Wereldoorlog uit deze provincie toont.

Dit is het nieuwe archeologische centrum van de provincie Noord-Holland, waarin alle archeologische vondsten en collecties van deze provincie worden bewaard. In het gebouw is een vaste tentoonstelling ingericht, die de archeologische geschiedenis van Neanderthalers tot en met de Tweede Wereldoorlog uit deze provincie toont.

De prehistorische boomstamkano’s worden tot de topstukken van deze tentoonstelling gerekend.
Deze boomstamkano’s zijn in de afgelopen jaren in opdracht van de provincie Noord-Holland bij de afdeling scheepsarcheologie van de RCE geconserveerd en gerestaureerd. Zelfs de opgraving van de vaartuigen heeft in Lelystad plaatsgevonden, want ze zijn in een ijzeren bekisting met de omringende grond binnengebracht.



De kano Wieringermeer werd in huis opgegraven


Beide boomstamkano’s worden op verzoek van de opdrachtgever in hun oorspronkelijke opgravingsmal getoond. Deze moesten natuurlijk wel worden aangepast aan hun nieuwe functie.
Vanwege hun grootte zijn de boomstamkano’s al begin oktober 2014, terwijl de bouwwerkzaamheden nog in volle gang waren, overgebracht naar hun nieuwe onderkomen, waar ze vanaf half januari aan het publiek worden getoond.



Beide kano’s in het Huis van Hilde

Terug naar boven
Colofon
Contactgegevens
Locatie Lelystad
Oostvaardersdijk 01-04
8244 PA Lelystad

Tel. 033 - 421 7421
info@cultureelerfgoed.nl www.cultureelerfgoed.nl
InfoDesk
Infodesk: voor alle vragen op het gebied van onroerend en roerend erfgoed.

T 033 - 42 17 456
E info@cultureelerfgoed.nl

Wilt u deze nieuwsbrief niet meer ontvangen? Meld u dan hier af.

Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen.
De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten.

This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message.
The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.

Ministerie van Justitie.